Menu
 
Welkom arrow Even Voorstellen

Even Voorstellen PDF Afdrukken


Gerrie den Otter

Martin den Otter

HOE KRIJGT MEN HET WITTE VIRUS?

Eigenlijk maar een rare titel “hoe krijgt men het witte virus”, maar ja ik zou ook niet anders kunnen uitleggen.

Eind 1990 kwam Martin thuis met een verhaal dat hij een witte hond had zien lopen met blauwe ogen. Het lijkt wel een Sience Fiction hond vertelde hij en ik moest mee gaan kijken waar de eigenaar altijd die hond uitliet.

Na wat uitzoeken kwamen we uit dat het een Amerikaanse Canadese Witte Herder was.

Ik ben toen naar informatie over dit ras gaan zoeken, wat overigens toen niet mee viel omdat het voor Nederland nog een bijna onbekend ras was.
Maar de informatie over het ras, die ik toen kon vinden, bleek anders te zijn dan de hond die wij hadden gezien.

Hij moest inderdaad wit zijn met donkere amandelvormige ogen, dus geen blauwe ogen, dit bleek een fokfout te zijn.

Maar omdat we toen nog onze hond Kashmir hadden, is de witte naar de achtergrond verhuisd. Maar iedere keer als we ergens een witte zagen lopen, was dat weer het gesprek van de dag.

Nadat Kashmir als gevolg van zijn leeftijd 14 jaar was overleden, en ik eerst vanwege het verdriet noooooit meer een hond wilde, toch maar eens de rasvereniging gebeld van de Amerikaans Canadese witte herder. Het was inmiddels eind oktober 1992.

Deze konden mij vertellen waar op dat moment een nestje met pupjes lag, en het bleek bij ons in de buurt.

Ik gelijk een afspraak gemaakt met mevr. Janssen uit Afferden, en we konden de eerste beste zaterdag al komen kijken. Dus wij naar Afferden, en wat ik daar zag zal ik nooit vergeten, ik was opslag verliefd op die witte bollen die daar lekker bij hun moeder lagen. Van deze fokker hebben wij ook alle uitleg gekregen wat wij van dit ras nog meer konden verwachten.

We waren eruit, ik wilde een reu en ik had hem in gedachte al bij de werpkist uitgezocht, zo’n kleine witte die de oortje al wat omhoog had staan.

We zijn nog enkele malen terug geweest om de ontwikkelingen van de pupjes te volgen.

Op advies van de fokker was het beter om onze nieuwe pup die wij de naam Paco hadden gegeven tot na nieuwjaar bij hun te laten, zodat hij niet gelijk in een nieuwe omgeving met veel vuurwerklawaai terecht zou komen.

Op nieuwjaarsdag had ik de wekker al vroeg gezet, we moesten immers Paco op gaan halen. Om 09.00 uur stonden wij al voor de deur, om onze Paco op te halen, en wat bleek we waren niet de eerste.

Thuis hebben wij Paco alle rust gegeven om aan zijn nieuwe omgeving te wennen dat hem ook binnen een korte tijd lukte.

De jaren verstreken en vaak had ik het erover om er nog een witte bij te halen, leuk voor Paco maar zeker zo leuk voor mij. Inmiddels was de naam Amerikaanse Canadese Witte Herder veranderd in de Europese naam Berger Blance Suisse, oftewel in Zwitserse Witte Herder. Toen Paco 8 jaar was zijn we uit gaan kijken naar een tweede witte, en dat is Ninjo dus geworden. Paco en Ninjo werden dikke vrienden, echter onze Paco werd ziek en moest veel medicijnen innemen. We wisten dat er een einde aan zou komen en moesten helaas onze grote witte beer Paco laten inslapen. Dit gaat je niet in de koude kleren zitten, en dus bleef Ninjo alleen en eenzaam achter. Na een aantal maanden kwam het weer opzetten, het denken aan een nieuwe pup. Omdat ik met Ninjo al een aantal malen naar een tentoonstelling was geweest, en hij al diverse prijzen in de wacht had gesleept, wilde ik graag een teefje erbij met het idee dat als alles goed zou zijn, een gelegenheidsnestje te fokken.

Ik wilde ook een bloedlijn bij Ninjo zoeken die geheel anders was, en heb dus diverse fokkers in het buitenland bezocht op hun website’s.
Eindelijk had ik er een gevonden waarmee het klikte en waar ik gelijk het gevoel van had, die zit op één lijn met mijn eigen gedachten, wat betreft het fokken.

Dus op naar Duitsland waar we Penny gingen halen (haar eigenlijke naam was Cudi), een pittige tante waar ik de handen vol aan zou krijgen.
Thuis gekomen dacht ik; die zal wel moeten wennen, maar nee hoor ze liep de huiskamer in en ging gelijk in de mand van Ninjo liggen, die heel verwonderd haar na keek (en dacht wat hebben jullie nou in huis gehaald).
Ook zij werden na een aantal dagen goede vrienden met elkaar, en zijn dat nog steeds. Samen hebben zij tot nu toe dus twee nestjes gehad, waaruit prachtige pups zijn gekomen die ook opgroeiden tot prachtige Zwitserse Witte Herders.

Uit het laatste nestje heb ik weer Bixenta aangehouden die, als ze eenmaal goed is gekeurd, haar moeder zal opvolgen. Dus u begrijpt dat het bij mij echt een virus is, ik praat elke dag wel met iemand over het ras, lees er zoveel mogelijk over.

Een grote fokker zal ik nooit worden, want alle honden die bij mij de deur binnenkomen, blijven hun hele leven ook bij ons wonen. En ja, ik wil wel maar kan niet steeds een pup aanhouden.

Ik hoop dat ik u, met mijn verhaal, een beetje op de hoogte hebt gebracht hoe ik het witte virus heb gekregen.